CCTV regelgevingCameratoezicht is in veel gevallen onmisbaar in het totaalpakket van beveiligingsmaatregelen. Het speelt immers niet alleen een rol in opsporing van eventuele daders, maar helpt ook bij de preventie van misdaden. Toch lijken de grenzen van de wetgeving op het gebied van cameratoezicht soms enigszins diffuus. Gedegen kennis van de regelgeving is daarom van groot belang om een optimale balans te bewaren tussen bewaking en de privacy van burgers.

 


Camerabeveiliging: niet meer weg te denken

In onze huidige samenleving is camerabeveiliging vrijwel overal. Van openbare plekken tot private terreinen, van kantooromgevingen tot woonhuizen en van winkels tot ogenschijnlijk desolate plekken waar je het niet verwacht. Cameratoezicht wordt, naast alarmsystemen zoals de Jablotron 100, veelvuldig ingezet om de openbare orde te handhaven en de veiligheid van individuen en eigendommen te waarborgen. In dit artikel richten we ons vooral op de laatstgenoemde categorie.


Plan van Aanpak voor CCTV-systemen

Het waarborgen van de veiligheid is weliswaar een nobel streven, maar mag niet ten koste gaan van privacy. Het Plan van Aanpak voor CCTV-systemen stelt dat het belang van camerabeveiliging altijd schriftelijk onderbouwd moet kunnen worden. In het geval van bescherming van bedrijfseigendommen dient het bedrijfsbelang bovendien zorgvuldig te worden afgewogen tegenover het publieke belang.

Cameratoezicht kan immers ten koste gaan van privacy, terwijl andere beveiligingsmaatregelen zoals een draadloos alarmsysteem dit nadeel in veel mindere mate hebben. Het geniet dan ook de voorkeur om eerst uit te sluiten of deze andere maatregelen niet afdoende bescherming bieden. Vaak is de optimale beveiligingsoplossing een combinatie van meerdere maatregelen.

Wanneer gekozen wordt voor camerabeveiliging, is heimelijk toezicht in veel situaties strafbaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan openbare plekken, winkels en horecagelegenheden. In het geval van heimelijk toezicht gaat overigens ook de preventieve werking van de maatregel verloren. Voor de beveiliging van zaken als terreinen, panden, individuen en productieprocessen mogen dan ook alleen duidelijk zichtbare camera’s worden gebruikt.


Wet Bescherming Persoonsgegevens en Wetboek van Strafrecht

Bovenstaande regelgeving en meer is vastgelegd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), die overigens met name van toepassing is op camerabeveiliging met digitale technieken. Analoge beeld- en geluidstechnieken vallen over het algemeen niet onder de WBP. Opgeslagen beelden moeten na 24 uur verwijderd worden om de privacy van de opgenomen personen te beschermen.

Wanneer de WBP door de beveiliger niet in acht wordt genomen, wordt de strafmaat bepaald op grond van het Wetboek van Strafrecht. Zo kan het onwettig plaatsen van cameratoezicht leiden tot een gevangenisstraf van maximaal 6 maanden of een geldboete van de 4e categorie (artikel 139d en 139f). Het onrechtmatige gebruik van een verborgen camera in een besloten ruimte kan resulteren in een maximale hechtenis van 2 maanden of een geldboete van de 3e categorie (artikel 441b). Uiteraard kan een betrapte crimineel zich niet beroepen op deze regelgeving. Het plegen van de misdaad zorgt ervoor dat het belang van de dader in dit geval niet als rechtmatig wordt gezien.